Algemene achtergronden

door Frank Verhoeven op 9 maart 2009

Bij ons staat het optimaliseren van de bodem-plant-dier-mest kringloop centraal. Het is ontstaan midden jaren 90 vanuit zorg over de achteruitgang van de natuurlijke bodemvruchtbaarheid, door het intensieve gebruik van kunstmest en krachtvoer. De mineralen verdwenen vaak weer door extra ammoniak uitstoot of nitraatuitspoeling in de bodem. Er was geen sprake van een gesloten kringloop. Een grote groep boeren wil het anders doen en niet langer streven naar de maximale producties maar naar de optimale! Zij volgen een “alternatief spoor”. Recentelijk heeft het CLM de potentie van de kringloopaanpak beoordeeld en geconcludeerd dat de aanpak veel oplossingen kan bieden voor boer en milieu. Het rapport is hier te downloaden. Ook heeft emeritus hoogleraar bodemkunde Johan Bouma een zeer helder overzichtsartikel geschreven over dit “alternatieve spoor”: Download hier het gehele artikel.

De mineralenkringloop op een melkveehouderijbedrijf kent vier schakels: het dier, de mest, de bodem en het ruwvoer. Dit zijn schakels die zich allen binnen het bedrijfssysteem afspelen, waarin de boer centraal staat. Daarnaast is er ook sprake van externe input (kunstmest en krachtvoer) en output (melk en vlees). Wordt de bedrijfsvoering vanuit de kringloopgedachte benaderd dan wordt getracht de benutting van de mineralen bij elke schakel zo hoog mogelijk te houden. Hierdoor zijn er minder verliezen en hoeven er ook minder mineralen aan de kringloop toegevoegd te worden uit kunstmest of krachtvoer. Dit is goed voor het milieu en de portemonnee, zo bewijzen we bijvoorbeeld al jaren dat deze aanpak garanties geeft voor lage nitraatgehaltes in het bovenste grondwater.

Als de bodemstructuur verbetert wordt er meer organische stof opgebouwd, hetgeen zorgt voor een goede voedingsbodem voor het bodemleven. Er zijn verschillende praktische aanpassingen om meer organische stof in de bodem te krijgen, onder andere via:
 verlagen van de stikstofgift uit kunstmest
 vervroegen van de eerste drijfmest gift
 gebruik maken van structuurrijkere grassen
 gras maaien bij een hogere droge stof opbrengst per hectare
 minder eiwitrijk krachtvoer
 verbeteren van de mestkwaliteit door stro in de ligboxen te gebruiken

Binnen het programma “duurzaam boer blijven” willen we het boerenvakmanschap bevorderen: schoon & zuinig boeren. Dat betekend in veel gevallen dat de boer weer “eigenwijs” moet worden en opgewassen tegen de vele (commerciele) adviezen die op hem afkomen. Het opbouwen van een robuust bedrijfssysteem wat lange termijn toekomstperspectief heeft gaat verder als hier en daar wat besparingen. Het vraagt visie, durf en ondernemersschap. Niet alleen op het eigen bedrijf maar ook (en in toenemende mate) in de regio waar het bedrijf zich bevind. Strategische samenwerkingen, nieuwe vormen van kostenbeheersing of financiering en het vinden van economische nieuwe peilers onder het bedrijf. Wij denken dat er genoeg toekomst voor de landbouw in Nederland is, tenmiste voor zij die er ook echt werk van willen maken!
Misschien liggen er voor U bedrijf ook kansen in het biologisch ondernemen en de daaraan gekoppelde hogere melkprijzen. Kijk eens op de website: www.biologischondernemen.nl, lees onze mening of vraag uw studiegroepbegeleider naar de mogelijkheden.

Het programma Duurzaam Boer Blijven ligt in sommige opzichten in het verlengde van projecten als “Koeien en Kansen”, “Duinboeren en Daden”, “Kop in ‘t Zand”, “Melkveeaccademie” en andere innovatieve melkveehouderijprogramma’s. Waar zit onze toegevoegde waarde?

  • Integraal benaderen van duurzaamheid: blije boeren, blije koeien en blije aarde;
  • Grote lijnen in duurzame bedrijfsontwikkeling eruit lichten: meer uit minder, schoon en zuinig, kostenbesparing, etc.;
  • Duurzaamheid scoorbaar en afrekenbaar maken. Onze studiegroepen werken concreet aan efficiëntie verbetering;
  • Innovatieve “low tech” oplossingen (vakmanschap) beter onderbouwen en promoten (–> bottom up kennisontwikkeling);
  • Regionale samenwerkingsverbanden (als VVB’s en natuur-en milieucooperaties) verder versterken met kennis, inzichten en studieprogramma’s over duurzaamheid;
  • In nieuwe regio’s studieprogramma’s opzetten en faciliteren gericht op lange termijn duurzaamheid;
  • Melkcooperaties en zuivelondernemingen ondersteunen in het concreet maken van duurzaamheid in de zuivelketen;
  • Een netwerk bieden van vernieuwende boeren en adviseurs die kosteneffectieve oplossingen hebben gevonden om duurzaam boer te blijven;
  • Innovatieve boeren ondersteunen om ruimte te krijgen in wet-en regelgeving;
  • Bruggen slaan tussen boer, burger, consument, onderwijs, industrie en beleid.

Voor CONO kaasmakers ontwikkelen wij  het “kringloopkompas”. Het kringloopkompas is een hexagram, een score op “blije aarde”, en een onderdeel van het Caring Dairy programma (blije koeien, blije aarde, blije boeren). Voor de inhoudelijke afstemming werkt het programma nauw samen met Wageningen UR – Koeien & Kansen.

Verwante artikelen:

{ 2 comments… lees ze hieronder of voeg er een toe }

Willem van Weperen maart 18, 2009 om 17:31

De productie optimaliseren
en kwaliteit opnieuw waarderen;
minder nutrienten verliezen
en toch voor inkomen kiezen.
Door anders voeren de koe weer gezond,
door anders bemesten een veel betere grond.
Je boert zonder zorgen en stressvrij
en ontvangt ook nog positieve waardering van de maatschappij!

Met dank aan Bernard Simons
Willem van Weperen

Frank Verhoeven augustus 11, 2009 om 14:48

Waarom kiezen deze boeren er niet voor om biologisch te worden? is een veel gehoorde opmerking. Deze boeren zijn beter dan biologisch! Door een intensiever landgebruik zijn de verliezen per eenheid product vaak beter dan biologisch. Toch is de “markt” voor kringloopmelk moeilijk, want dit verhaal is lastig aan de consument te verkopen (alhoewel? kijk naar het Caring Dairy programma van CONO kaasmakers en Ben&Jerries). Voor de samenleving is de aanpak zeker interessant. Het bied integrale oplossingen voor milieu, klimaat, natuur en plattelandsproblemen.

Omschakelen naar biologisch is wel vele malen eenvoudiger als melkveehouders het kringloopsysteem goed in de vingers hebben. Mocht u toch overwegen voor een hogere melkprijs te gaan? neem dan geheel vrijblijvend contact op met Maurits Steverink. hij kan u meer informatie geven over ‘biologisch ondernemen’ en doorverwijzen.

Laat een comment achter

{ 6 trackbacks }