16 september 2009 te Heerenveen
Opening
LTO Noord heeft als één van de partners van Dairy Valley het initiatief genomen om voor een viertal projectideeën die in Dairy Valley-verband zijn geïnitieerd in samenspraak met diverse betrokken partijen hier middels een workshop een eerste uitwerking aan te geven. Hieruit voortvloeiend bestaat de mogelijkheid om deze uitwerking verder te concretiseren en in te bedden in het Dairy Valley-consortium. Gerrit Hegen van DAP Het Zuidenveld was aanwezig namens het project ‘Duurzaam boer blijven in Drenthe’. Hieronder volgt een korte samenvatting van de bijeenkomst over het projectidee: “De Duurzame koe”.
Wat verstaan we onder een duurzame koe?
Bepalen wij wat een duurzame koe is of is de duurzame koe de koe van Dairy Valley? Een duurzame koe voldoet onder andere aan de kenmerken levensduur, diergezondheid, mestkwaliteit, melk met meerwaarde, type koe en type bedrijf. Als we daarbij kijken naar gebiedsspecifieke kenmerken beperken we ons dan niet te veel? Wellicht kunnen ook bepaalde onderdelen uit de menselijke afvalstoffenstroom bij de kringloop betrokken worden. De eerste proeven over dit onderwerp zijn reeds in gang gezet.
De huidige koe is ontstaan uit de wens naar meer productie omdat de markt dat vroeg. Het is echter lastig om met de fokkerij in te spelen op bepaalde marktontwikkelingen. Als we kijken naar levensduur was die in het verleden ook niet hoog, alleen hadden we toen met meer gedwongen afvoer te maken dan tegenwoordig. Ook verbeteringen in het management liggen hier aan ten grondslag. Maar ook hier zijn nog verbeteringen mogelijk, eerder is al gesproken over finetuning. Bijvoorbeeld op het gebied van veevoeding. Wat zijn de knelpunten en hoe pak je deze aan. Kies je ervoor om je voeding aan te passen of pas je de koe aan zodat die de beschikbare voeding kan verwerken?
Hoe kunnen we “duurzaam koemanagement” implementeren in Dairy Valley?
We onderscheiden de volgende aandachtsvelden:
• Bewustwording
• Onderzoek
• Opleiding en training.
De strategie is een stapsgewijze aanpak waarbij het OVO-drieluik (Onderzoek-Voorlichting-Onderwijs) de basis vormt. Je kunt een pilot opzetten voor de implementatie van bedrijfsscans in combinatie met de kringloopgedachte. De uitvoer van de scans kan plaatsvinden door middel van de inzet van studenten. Via het opzetten van een netwerk of door aan te sluiten bij bestaande netwerken (bijv. Melkveeacademie, Duurzaam Boer blijven in Drenthe, etc.) kunnen ondernemers van elkaar leren. Ook ontstaan hier nieuwe onderzoeksvragen die door middel van de inzet van externe expertise opgepakt kunnen worden. Uitkomsten hiervan en nieuwe ontwikkelingen kunnen dan weer gecommuniceerd worden binnen het ontstane netwerk. Op deze manier ontstaat een zichzelf versterkend systeem wat zorgt voor een betere bewustwording en een bredere acceptatie.
Verwante artikelen:


