Verbeteren van mest-, kuil- en bodemkwaliteit en de juiste keuzes maken. Hierdoor zorgt Anton de Wit uit Reeuwijk dat zijn bedrijf al jaren gestaag kan groeien, ondanks een moeilijke uitgangspositie en hoge financiële lasten. Bovendien wordt er ook nog een belegde boterham mee verdiend.
Hoge financiële lasten bij overname van het bedrijf door aankoop van grond en quotum zorgde ervoor dat Anton zuinig moest zijn in het gebruik van externe middelen. Daarnaast produceerde de melkveestapel nauwelijks meer dan 4.000 liter per dier per jaar. Om te kunnen blijven boeren moesten keuzes gemaakt worden die het bedrijf zouden optimaliseren.
De kuil is strak aangereden waardoor er geen broei te voelen was.
Nu, jaren later, blijken de keuzes goed uit te vallen. Het stoppen met kunstmest in de jaren negentig zorgde eerst voor wat minder productief land, maar dat is inmiddels flink verbeterd door het bodemleven. Veel aandacht is er voor een goede mestkwaliteit via een goed rantsoen voor de koeien, gehakseld stro in de ligboxen en de toevoeging van koolstof via het middel ‘FIR’ (tegenwoordig heet dit ImPact). Hierbij wordt gestreefd naar zoveel mogelijk organische stikstof in de mest: dit bindt aan de bodemdeeltjes en komt langzaam vrij. Ammoniakale stikstof zorgt voor grotere verliezen door vervluchtiging in ammoniak en uit- en afspoeling. Naast de samenstelling van de mest is ook de structuur van de mest van belang: het moet zo goed mogelijk verteerd zijn. Anton bekijkt regelmatig de hoeveel vezels hij overhoudt in zijn mest na het zeven ervan. Hierdoor heeft hij een duidelijk beeld van zijn mestkwaliteit.
Door het aanbrengen van mest op de bodem in plaats van erin op het moment dat de draagkracht van het land het toelaat, wordt deze mest optimaal benut. Het bodemleven moet aan het werk om de organische stikstof vrij te maken voor de plant. Bij het nemen van een spadesteek was het opvallend hoeveel regenwormen er te zien waren. Ook de structuur van de grond was erg mooi en er waren veel groeipunten van wortels te zien. Het meeste gras op het bedrijf van Anton is nog nooit door hem vernieuwd. De beworteling gaat tot wel 40 cm diep. Voor een nog betere benutting van eigen mineralen en bodem wordt na een langere droge periode met de baggerspuit rondgereden en het land op deze manier bemest & beregend.
Bij het nemen van een spadesteek werden veel regenwormen gevonden en waren veel witte groeipunten van wortels te zien.
Om het gehele winterseizoen een goed rantsoen te kunnen voeren, worden de eerste drie snedes over elkaar heen gekuild. De loonwerker brengt het gras en het aanrijden wordt door de familie De Wit zelf gedaan. Hier wordt veel aandacht aan besteed. De shovel wordt extra verzwaard en de snedes worden over de gehele kuilplaat verdeeld en vast aangereden. Bovenop de snedes komt een laag bierborstel en een laag zetmeel. Anton denkt erover om er volgend jaar ook een laag mais tussen te doen. De kuil is zo strak aangereden dat er geen broei te voelen was, ondanks een vrij lage voersnelheid. Latere snedes worden apart ingekuild met een laag mais ertussen en gevoerd als zomerrantsoen.
Via deze verbeteringen in de bedrijfsvoering was het mogelijk om land bij te kopen en een nieuwe stal met latere uitbreiding neer te zetten. Anton laat zien dat het loont om kritisch te kijken naar hoe de factoren bodem, plant, dier en mest zo optimaal mogelijk op elkaar afgestemd kunnen worden. Met een schommelende melkprijs kan dit nog wel eens de belangrijkste factor zijn om een bedrijf duurzaam te kunnen voortzetten.





