Hard melken van suikerrijke graskuil

door Dorine Ruter op 1 april 2009

Maïs en structuur beperken het gevaar van te veel suiker

Wijnand Hogenkamp in Boerderij 85 – no. 17 (25 januari 2000)

Vorig voorjaar zijn er veel graskuilen gemaakt met een hoog suikergehalte. Het is krachtvoer in de bult. Dat kan voedingsproblemen geven. Maatschap Van Wijk heeft het rantsoen aangepast en zo het gevaar omgebogen in voordeel.


Jasper van Wijk is net klaar met het mengen van het rantsoen dat de melkkoeien die middag voorgeschoteld krijgen. Een van de componenten van dat mengsel is een graskuil met een hoog suikergehalte. Dat heeft in eerste instantie wel voor wat problemen gezorgd, maar nu melken ze als een trein. „38,6 liter gemiddeld op stal”, constateert Simon tevreden uit de melkcontrole. „Je moet wel steeds blijven bijsturen in het rantsoen om optimaal te blijven melken.” Dat bijsturen is begin augustus al begonnen toen de maatschap startte met het voeren van de suikerrijke kuil.

Pruimen in het voerhek

Nadat Van Wijk was gestopt met de zomerstalvoedering werd de kuil losgemaakt. De hoeveelheid maïs werd aangepast op basis van het rantsoen dat ze al tevoren hadden laten uitrekenen. „We wilden beginnen met 65 procent graskuil en 35 procent maïs. De eerste dagen ging dat prima. Het suikerrijke gras is zeer smakelijk en de koeien namen het hartstikke graag op”, zegt Jasper.

Na een poosje merkten de veehouders dat het toch niet goed ging. „De mest was niet goed verteerd. Er zaten klonten onverteerd gras in. Ook kwamen er luchtbellen op de mest. Daarbij waren de koeien suf en lusteloos. Ze stonden maar wat in het voerhek te pruimen. De liters vielen tegen en het eerste dat ze laten staan is het krachtvoer.” Alle verschijnselen wezen op pensverzuring.
Het rantsoen is daarop al vlot aangepast door de maïs-/grasverhouding terug te brengen naar 50 procent elk. De hoeveelheid graszaadhooi werd opgevoerd van 0,5 naar 1,2 kilo. „Door de hogere hoeveelheid maïs moet je ook het aanbod eiwit verhogen”, weet Jasper. De maatschap voert daarom drie kilo sim-plimix, een mengsel raapschroot en sojaschroot. Daarnaast verdwijnen nog Amygold, bierbostel en aardappelstoomschillen in de voermengwagen. Na deze aanpassingen ging het een stuk beter. De hoeveelheid onverteerde delen in de mest werden minder en de koeien namen weer graag op.
Begin september ging Van Wijk over op drie maal daags melken. Daar knapten de koeien nog verder van op. „We denken dat de koeien daardoor het aanbod van energie nu ook daadwerkelijk kwijt kunnen in de productie van melk”, vindt Simon. De voerkosten blijven daardoor beperkt tot negen cent per kilo melk.

Hoog suiker al bekend

Uit het voederwaardeonderzoek was al bekend dat de kuil een hoog suikergehalte bevatte. Liefst 170 gram suiker per kilo droge stof bij het drogestofgehalte van 44 procent en een superhoge verteringscoëfficiënt van 83 procent. „We wisten bij het kuilen al wel dat het gras veel suiker bevatte”, zegt Jasper. „Bij het hakselen wilde het gehakselde gras al slecht door de pijp. Dat is al een teken aan de wand. Als ik volgend jaar weer zoiets tegen kom, stop ik op dat moment het hakselen en laat de loonwerker inkuilen met de opraapsnijwagen. Dan kunnen er een aantal messen uit en blijft er meer structuur bewaard.” De maïs is daarom dit najaar met opzet al grover gehakseld om daar nog wat structuur in te houden.
„Gelukkig hebben we in de sleufsilo boven op het suikerrijke gras een tweede snede die wat rustiger is. Het suikergehalte van deze kuil ligt op 74 gram per kilo droge stof en de ruwe celstof ligt ook een stuk hoger. De tweede snede verlaagt het gemiddelde suikergehalte naar ruim 120 gram per kilo droge stof. Nog steeds hoog maar eenvoudiger in het gebruik”, vindt Jasper.

Blijf op signalen letten

De maatschap voert nu op het scherpst van de snede en dat weten ze ook. „Als je hard wilt melken moet je scherp zijn op de signalen die de koeien afgeven”, zeggen de jongens. Daarbij letten ze vooral op de opname van het krachtvoer en de algemene gesteldheid van de koeien. „Als ik eens wat minder graszaadhooi in het rantsoen meng, merk je dat een dag later aan de koeien”, zegt Jasper. De mest van de koeien moet goed blijven. „Als de koeien in de melkstal mesten, moet je dat niet gelijk wegspoelen. Je staat er dan met de neus bovenop, dus bekijk die mest dan ook en ga er gerust eens door met je vingers. Dan pas weet je hoe die mest in elkaar zit”, vindt Simon. Hij insemineert zijn koeien zelf. Daarbij voelt hij ook de hardheid van de darm. „Die moet soepel zijn. Als het niet goed zit met de vertering is de darm te hard. Het voelt dan net aan als een pvc-buis”, vertelt hij uit ervaring.
De hoeveelheid onverteerde delen is ook terug te zien op de roosters. Doordat de koeien de mest door de roosters lopen, blijven de onverteerde delen achter in de vorm van plaatjes ter grootte van een rijksdaalder. Zijn er te veel dan schort er iets. Ook op dit moment is het aantal plaatjes dat op de roosters ligt te hoog en de mest is iets te licht van kleur. „We schakelen dan direct de specialist van ACM in.” Diezelfde middag wordt in samenspraak met de specialist besloten de hoeveelheid energie, die de koeien krijgen, wat terug te brengen ten gunste van wat extra eiwit. Twee kilo Amygold wordt vervangen door een kilo raap/soja.

Blijven opletten en blijven sturen luidt het credo van de broers. Dan kun je perfect melken van elke kuil. Ook een suikerrijke kuil. Ze melken er zo goed van dat ze elk jaar wel zo’n suikerkuil willen hebben. „Alle energie die er in zit, hoef je immers niet te kopen”, stellen ze vast.

MAATREGELEN:

  • Als je hard wilt melken moet je scherp zijn op de signalen die de koeien afgeven. Daarbij moet vooral gelet worden op de opname van het krachtvoer en de algemene gesteldheid van de koeien. Op basis hiervan kun je steeds blijven bijsturen in het rantsoen om optimaal te blijven melken, ook van een suikerrijke kuil.
  • Wanneer gras al bij het inkuilen veel suiker lijkt te bevatten kun je grover hakselen om meer structuur te bewaren.

MEER LEZEN:

DOORVERWIJZINGEN:

Laat een comment achter

{ 1 trackback }