Ingrediënten om duurzaam boer te blijven!?

door Frank Verhoeven op 15 mei 2009

Al vele jaren werkt een grote groep boeren op eigen wijze aan een traject wat zich het beste laat omschrijven als het optimaliseren van de bodem, plant, dier, mestkringloop. Een nuchtere aanpak waarbij het boerenvakmanschap centraal staat en waar nieuwe kennis en boerenverstand via studiegroepen, cursussen en bijeenkomsten intensief worden uitgewisseld! De boeren streven niet naar de maximale productie per koe maar naar de meest optimale benutting van het eigen land. Niet geheel onverstandig, want in een tijd van kredietcrisissen en onvoorspelbare melkprijzen is de eenzijdige focus op schaalvergroting misschien niet de slimste route, maar is kostenbeheersing het allerbelangrijkste (ook de ABN Amro lijkt dit te onderschrijven). Niet het maximale maar het optimale! En dat optimum ligt op elk bedrijf, voor elke regio en voor elke melkveehouder anders. Dat is de charme van het boeren en deze diversiteit moet gekoesterd worden.
Duurzaam boer blijven kan op velerlei manieren maar er zijn een aantal belangrijke ingrediënten die zowel voor de boer, de koe, het milieu, de natuur en het klimaat beter uitpakken:

  1. DUURZAAM BODEMBEHEER: ZO MIN MOGELIJK KUNSTMEST, VERBETEREN BODEMVRUCHTBAARHEID EN ONTWATERING EN OPTIMALE OS GEHALTES VOOR MAXIMALE CO2 BINDING (maak een keuze: niet ploegen of verbouw akkerbouwmatig grasland met vanggewassen e.d.. Belangrijke kengetallen zijn: N en P-overschot, N en P-kunstmestgift, OS% in de bodem en het stikstofleverend vermogen);
  2. VERMINDEREN AANVOER KRACHTVOER EN KUNSTMEST EN VERHOGEN VAN DE MINERALENEFFICIENTIE: ZO MIN MOGELIJK KRACHTVOER, ZOVEEL MOGELIJK RESTPRODUCTEN, MEER MELK UIT EIGEN RUWVOER (belangrijk zijn lage N en P overschotten, hoge N en P efficienties, laag ureum in de melk, gunstige BEX);
  3. FLEXIBELERE INZET BEDRIJFSEIGEN DIERLIJKE MEST: STREVEN NAAR ZO MIN MOGELIJK KUNSTMEST, VERBETEREN KWALITEIT VAN DE DRIJFMEST EN EEN FLEXIBELE INZET VAN DE DIERLIJKE MEST WAT BETREFT UITRIJDMETHODE EN TIJDSTIP (hoge C/N, laag aandeel NH3 stikstof, uitrijden met lichte machine onder geschikte weersomstandigheden, gunstige BEX en dus meer mest op eigen bedrijf);
  4. MEER STIMULANS VOOR REGIONALE SAMENWERKING: SNELLER LEREN MIDDELS STUDIEGROEPEN, GEBIEDSCOOPERATIES, OPTIMAAL GEBRUIKMAKEN VAN ELKAARS (MILIEU)GEBRUIKSRUIMTE (regionale studiegroepen “boer blijven” met deskundige begeleiding, betrouwbare cijferverzameling en verwerking en open bespreking  van de bedrijfscijfers!);
  5. MINDER GEBRUIK FOSIELE BRANDSTOFFEN EN MEER ENERGIE WINNEN ZONDER DE KRINGLOOP TE VERSTOREN: MINDER TRANSPORT, MINDER BODEMBEWERKING, WIND-EN ZONNE ENERGIE BOVEN KRINGLOOPVERSTORENDE MESTVERWERKING (allert zijn op mestbewerking zodat dit geen  negatieve effecten heeft elders in de kringloop, of er onnodig N (via NH3) verloren gaat);
  6. STREVEN NAAR EEN ZO HOOG MOGELIJKE LEVENSDUUR VAN HET MELKVEE EN MINDER JONGVEE: VERMINDERING KOSTEN EN CO2 UITSTOOT (Hoe minder jongvee er aangehouden wordt, hoe minder CO2 uitstoot dus streven naar oudere dieren en een hoge levensproductie).

Wat denkt u? zijn dit de speerpunten waar de melkveehouderij van de toekomst zich op moet gaan richten?  Wij geven de aftrap en kunnen laten zien dat er al veel boeren zijn die goed scoren op al deze onderwerpen. In bijna alle gevallen zijn dat ook de boeren die de beste economische resultaten halen. Daarom durven wij rustig te stellen dat economie en ecologie hand in hand kunnen gaan!

Verwante artikelen:

Laat een comment achter