Investeren ‘in de diepte’

door Katrien vant Hooft op 16 juli 2010

Jan Dirk en Irene van der Voort boeren op de ‘De Groote Voort’ in de Gelderse Vallei in het midden van Nederland. Rond het biologische bedrijf ligt 33 ha blijvend grasland. Irene: ‘Wij verwerken de melk van eigen koeien tot boerenkaas. Deze kaas laten wij rijpen in ons kaaspakhuis, tot de juiste smaak bereikt. De basis voor onze kaas wordt gelegd door het ras koeien dat we houden: Jerseys. De koe is klein, rank en schrander en geeft rijke, volle melk met een hoog caroteen gehalte. Dat geeft een bijzondere kaas met een opvallende gele kleur.’

Jan Dirk legt uit: ‘ Wij investeren in de diepte, elke dag weer. Dat betekent investeren in de bodem en in de dieren. Onze bodem is in de laatste jaren sterk verbeterd, en is van 4% tot 6% gestegen in organische stof gehalte. Dat komt voornamelijk omdat we het grasland  in het voorjaar met stro-mest bemesten vanuit de potstal, die we 5 jaar geleden hebben laten bouwen. De wormen in de bodem die verticale tunnels maken, de zogenaamde pendelaars, brengen het stro met de mest dan in de bodem. Voedsel voor de wormen, daar gaat het om. De wormen onder deze bodem hebben in totaal wel 6x het gewicht van de koeien die erop lopen! 

Wij brengen nu 170 kg stikstof per Ha. op de bodem, en ik denk dat het nog minder kan. Ook maaien we later dan de meeste boeren. Door die verticale tunneltjes van de pendelaars in de bodem kunnen de wortels van het gras gemakkelijk dieper komen. Daardoor blijft de grasmat goed groen, ook bij grote droogte. Daarnaast kan het water ook gemakkelijk weg als het na zo’n droogte ineens veel regent.’

Kaas is spiegel van bedrijf

‘Toen we de stal hebben laten bouwen zijn we niet meer koeien gaan houden. Ze kregen juist meer ruimte, zo’n 8 kubieke meter per koe. Wel hebben we de kaasprijs met 1,40 verhoogd tot 10 Euro de kilo. We maken zo’n 60 ton kaas per jaar. Met deze verhoging hebben we een deel van de kosten kunnen afbetalen. Onze biologische Remeker kaas heeft een specifieke plek in de markt, onder andere bij 3-sterren restaurants. Het is dan ook van het grootste belang om goede kwaliteit melk te krijgen, van gezonde dieren en een gezonde bodem. Wij zien de kaas dan ook als de spiegel van ons bedrijf.’

‘Wij zijn bijna geheel gestopt met snijmais, en geven het liefst helemaal niet. Ik denk dat de koe niet is gebouwd voor snijmais. In de zomer beweiden we de koeien dag en nacht. In de winter krijgen de koeien hooi en lang kuilgras, en daarnaast ons eigen krachtvoer op basis van gerst en 1/3 maiskorrels. We zijn helemaal gestopt met krachtvoer inkopen. We maken nu ons eigen krachtvoer. Naast gerst en maiskorrels zit daar lijnzaad in, evenals lupine als eiwitbron.’

Belang van mestkwaliteit

‘Wij sturen de voeding op 2 belangrijke criteria: de pensvulling en de mestkwaliteit. De pens moet steeds goed gevuld zijn. En de mest moet aanvoelen als een zalfje: volkomen verteerd, zacht en niet stinkend.  Dat is het belangrijkste.  Dan heb je de hoogste efficiëntie van de pens, en daarmee ook de hoogste efficientie van de koe, die ligt nu op 35%. Ook hebben we nu geen klauwproblemen en zijn we 6.5 jaar geleden gestopt met de antibiotica. Dat ging niet zo maar – dat hebben we langzamerhand moeten leren. Met vallen en opstaan! We hadden veel last van Staph. Aureus mastitis, veel driespenen en tweespenen. Elk jaar werd 25% van de koeien met antibiotica behandeld.  Sinds we de voeding en de huisvesting goed op orde hebben, hebben we geen last meer van mastitis. We merken wel dat als de mest verslechtert met meer onverteerde delen, dat er dan een toename van E.Coli bacterien in de melk is. Dat merken we dan meteen aan de kwaliteit en smaak van de kaas.’

Laat een comment achter