Duurzaam krachtvoer: de uitdagingen!

door Frank Verhoeven op 8 juli 2011

(m.m.v. Gert van der Bijl, Solidaridad)
Er zijn verschillende uitdagingen voor een duurzamere zuivelketen. Meer dan 20% van de behoefte van het vee wordt aangevoerd van buiten het bedrijf. Daarin kan de melkveehouder keuzes maken. Volgens ons is het een kwestie van minder (zuiniger) en kwalitatief beter krachtvoer gaan voeren. Netto resultaat hoeft niet altijd meer te kosten, maar kan voor de koe (in termen van diergezondheid en levensduur), voor de boer (in termen van inkomen en mestwet) en voor de keten (in termen van duurzaamheidswinst) veel opleveren. Om 1 aspect (fosfaat- of methaan arm) mee te nemen in de optimalisatie van krachtvoer lijkt weinig zinvol. Het totaalpakket: duurzaam krachtvoer, biedt juist kansen. Maar wat zijn die uitdagingen?

1. Reductie van fosfaat
De fosfaatproductie in dierlijke mest moet de komende jaren met 20 miljoen kilogram terug gebracht worden. De rundveesector moet 10 miljoen kilo fosfaat reduceren. Als dat niet gerealiseerd wordt, worden productierechten voor de melkveehouderij overwogen door de overheid. Het is enerzijds de fosfaatgehaltes in het voer (per kg ds) reduceren, maar meer zoden aan de dijk zet de hoeveelheid krachtvoer en de keuze van bijproducten. Lees hier meer.

2. Reductie van methaan
Methaan (CH4) is een van de broeikasgassen. Minder pensactiviteit, zorgt voor minder methaan en het is mogelijk methaanreducerende factoren aan het krachtvoer toe te voegen.

3. Reductie van ammoniak
Minder onbestendig eiwit voeren om de hoeveelheid ureum (vooral in de stalperiode) te reduceren. LTO wil landelijk naar 20 ureum om generieke maatregelen te voorkomen.

4. Palmpit olie/schilfers
Palmpit in veevoer staat ter discussie, omdat de teelt ervan enkele nadelen kent: ontbossing, slechte omstandigheden voor de telers, en een hoge CO2 uitstoot. Ook voertechnisch zijn met name palmpitschilfers ongewenst, terwijl er standaard soms tot 20% in krachtvoer verwerkt zit. Palmolie heeft een zeer hoge hectare opbrengst en hoge CO2 efficiëntie. Zolang er tenminste geen bos voor gekapt wordt. Voor palmolie geldt, net als voor soja, dat er een ‘verantwoorde’ variant is: RSPO gecertificeerde palmolie. Er is veel mogelijk in verbetering van palmolie teelt. Vooral voor de palmolie die van smallholders komt. Opbrengst is gemiddeld tientallen procenten lager. Door ondersteuning van producenten in verhoging van duurzaamheid en productieniveau, zijn negatieve effecten terug te dringen. Caring Dairy is een samenwerking met Solidaridad en Natuur en Milieu begonnen om producenten van palmolie die dus uiteindelijk ook palmpitschilfers produceren, te ondersteunen (bekijk hier het persbericht). GMO is bij palmpit nog niet aan de orde.

5. Soja/sojaschroot
De teelt van soja zorgt ook voor ontbossing, de arbeidsomstandigheden van de telers zijn slecht en ook hier is een hoge CO2 uitstoot een probleem. Soja is ook steeds vaker genetisch gemodificeerd (GMO). Dit wordt door veel consumenten, met name in landen als Duitsland, als onwenselijk gezien. Er bestaat “RTRS soja” round table on sustainable soy. In sojaschroot zit nog steeds 60% van de waarde van soja en soja-olie is meer het restproduct. Het rapport van SNM beschrijft alternatieven voor soja, vooral voor varkensvoer. Er is geen reëel alternatief voor soja. Kosten van alternatieven zijn hoog en staan vaak tot geen verhouding tot de baten. Het is belangrijk om hoe dan ook te werken aan een meer verantwoorde sojateelt. Caring Dairy werkt daaraan door kleinschalige producenten in India te steunen bij duurzame sojateelt, ondermeer door ze voor te bereiden op RTRS certificering. Dat import tot een hogere CO2 uitstoot leidt is te betwijfelen. De rol van transport per schip in de totale CO2 uitstoot is beperkt. Vervanging van soja door Europese alternatieven voor soja leidt in vrijwel alle gevallen tot hogere CO2 uitstoot. Voor een melkveehouderijbedrijf met veel grasland en niet te veel mais in het bouwplan is er voldoende eiwit voorhanden. De noodzaak om soja te voeren is beperkt en misschien kan de melkveehouderij wel sojavrij! Helaas komt er steeds meer maïs in de koeienrantsoenen wat vervolgens aangevuld moet worden met steeds meer (hoogwaardige) soja en veel extra mineralen en spoorelementen.

6. 100 % EU-grondstoffen
Door de grondstoffen voor krachtvoer alleen uit de Europese Unie te betrekken, kan de CO2 uitstoot misschien verminderd worden. De kans is in elk geval groter dat er minder GMO voorkomt in de grondstoffen, aangezien er in de EU nog nauwelijks GMO-gewassen geteeld worden. Deze discussie is lastig omdat de CO2 uitstoot van de teelt hoger is dan die van het transport. Soms leidt het zelfs tot meer CO2 uitstoot in verband met een hoger kunstmestgebruik of meer tractorbewegingen. Inzake Europese plattelandsontwikkeling, sluiten van kringlopen en het stimuleren van meer regionale economische groei kan het wel een reden zijn dit aspect mee te nemen.

7. Verder reduceren van de footprint (kilometers en CO2 uitstoot)
De footprint van de melkproductie kan gereduceerd worden door grondstoffen dichter bij huis te halen. Samenwerking met de akkerbouwers in de regio (agro-landerijen, regionale kringlopen sluiten) biedt nieuwe kansen. Mengvoer kan hierin een nieuwe rol vervullen. Agrifirm is een paar jaar geleden begonnen met bijhouden feedmiles. Maar daar ook weer mee gestopt, omdat er geen verband is tussen transport afstand en CO2 uitstoot. Productschap Diervoeder is bezig met een onderzoek om een methode te ontwikkelen de carbon footprint te bepalen. Meer inzetten op schroten en schilfers is contraproductief, omdat het vaak geen echte bijproducten zijn. Veel energie en CO2 uitstoot kost het persen van krachtvoer (het productieproces). Het voeren van enkelvoudige grondstoffen (en deze voeren in een voermengwagen) biedt wellicht oplossingen.

8. Eigen eiwit eerst: betere benutting eiwit uit gras
Het beter benutten van eiwit uit gras en dan met name uit herfstgras is een uitdaging. Persen van grasbrok, hoewel vaak duur en energietechnisch (veel CO2 uitstoot bij het persen) minder interessant, biedt misschien nieuwe kansen. Meer eiwit van eigen bedrijf kan zowieso bijdragen aan duurzamer systeem en met name gesloten kringlopen.

9. GMO-vrij
GMOs is complexe kwestie en wordt door veel consumenten (vooral Duitsland en Scandinavië) als onwenselijk gezien. Over duurzaamheid heeft WUR net een rapport geschreven, zie hier. Vrij is niet mogelijk, GMO-arm (< 0,9%). 
GMO-varianten komen voor in soja, maar ook maïs, raapzaad en koolzaad, die gebruikt worden in de veevoeding. Er komt steeds meer GMO voor in voeding en veevoeding, wat vooral in de EU zorgt voor onrust onder consumenten. Ook komen er meer biologische veehouders die het eruit willen hebben. De lange termijn effecten van GMO’s zijn onbekend, en dit wordt door sommige consumenten als bedreigend gezien. Voornamelijk in Duitsland is het issue. Partijen als GreenPeace verzetten zich fel tegen GMO voer. De EU-regelgeving is erop gericht om keuzevrijheid te behouden voor consumenten; de keuze voor GMO-vrij hoort hier ook bij. Alleen de melk staat nog bekend als GMO-vrij en moet dat voor de toekomst misschien ook blijven. De lobby voor GMO-vrij is niet alleen een technische discussie (frankenstein voedsel) maar vooral een oneerlijke handels discussie en het feit dat grote multinationals de handel domineren en de prijs bepalen, zie punt 10.

10. Arbeidsomstandigheden en inkomen van de boeren elders
Als het uit de EU komt zou je moeten aannemen dat dit goed geregeld is. Bij de teelt van soja en palmpitschilfers zijn de arbeidsomstandigheden van de telers en arbeiders dusdanig slecht zijn, een thema waar Solidaridad zich mee bezig houd. Moeten we toe naar fair trade krachtvoer? Dat lijkt echter onhaalbaar omdat de prijs daardoor duurder wordt dan biologisch. RTRS en RSPO (voor melasse: Bonsucro) garanderen ook goede arbeidsomstandigheden. En door te investeren in verbetering van de teelt van gezinsbedrijven, zoals Caring Dairy doet, kan de positie van telers verbeterd worden.

11. Lijnzaad en andere diergezondheidsbevorderende grondstoffen
Van lijnzaad en bietenpulp is algemeen bekend dat het een positief effect heeft op de diergezondheid. Zo zijn er meer grondstoffen die misschien duur lijken, maar lange termijn gezonde koeien geven. Kunnen deze gewassen aantrekkelijk worden voor akkerbouwers? Gezondere koeien door een gezonde samenwerking met akkerbouwers?

12. Verbetering mineralengehaltes en voedingswaarde van de melk
Extra mineralen in de melk en meer omega-3 verhoogt de nutritionele waarde in de melk. Hoewel we meer geloven in gezonde koeien als in gezonde melk (gevolg van gezonde koeien zou automatisch gezonde melk moeten zijn), is dit misschien toch een item richting consument.

Hoe verder?
De uitdaging met stip op 1) is minder krachtvoer voeren, het eigen land efficiënter gebruiken met behoud van productie (de kringloopwijzer geeft hier inzicht in). Daarna volgt 2) “meervoudige doeloptimalisatie” van het krachtvoer. Optimalisatie op gezonde koeien, kwaliteit, prijs EN meer duurzaamheid. En daarna is 3) meer boerenverstand nodig. Alle bovenstaande punten moeten afgewogen worden en soms is “eigen eiwit eerst” belangrijker als “methaan arm krachtvoer”.

Veehouders klagen ook vaak dat er steeds minder graan in het mengvoer zit. Dat kan kloppen, want hoogwaardige grondstoffen als granen zijn duur en daar voor in de plaats komen vaak schroten. Meer graan in het krachtvoer heeft voordelen op veel van bovenstaande aspecten, alleen is het krachtvoer wordt duurder. Die meerkosten kunnen echter meevallen als er ook zuiniger gevoerd wordt. Bovendien zouden meerkosten van integraal duurzamer krachtvoer (bijvoorbeeld via een sterren systeem) vanuit de keten vergoed kunnen worden. Duurzaam Boer Blijven zoekt en werkt op dit moment verschillende opties uit met mengvoerleveranciers, melkveehouders en onderzoekers.

Verwante artikelen:

Laat een comment achter