De ochtendgroep van het project ‘Meer uit Minder’ heeft flink gediscussieerd met Hans Dirksen van DMS over hun eigen bedrijfscijfers. Nadat de melkveehouders en Hans enkele uurtjes moesten zwoegen om alle cijfers bij elkaar te zoeken, kon Hans daarmee een aantal mooie overzichten maken van de bedrijven van de deelnemers.
Zo konden grote verschillen in benutting van ruwvoer gevonden worden, ondanks dat de intensiteit van afgeleverde kg melk per hectare onderling niet heel veel verschilde (van 11.500 tot 17.500). Over het algemeen wordt ruwvoer beter benut bij een hogere intensiteit en als er jongvee op het bedrijf is. Ook wordt er op intensievere bedrijven minder krachtvoer gevoerd per kg meetmelk. De benutting van eigen voer is dus beter. Maar de wat extensievere melkveehouders gaven ook hun redenen aan voor een lagere benutting; nieuw aangekocht land en een veranderde bedrijfsvoering kostten tijd en energie om aan gewend te raken.
Voor een goede bedrijfsvoering en voldoende rendement is een maximaal gebruik van het eigen ruwvoer noodzakelijk. Dit kan voor elk bedrijf verschillen in mogelijkheden: kuilen van verschillende snedes in lagen over elkaar, gras in balen bewaren, gras drogen/grasbrok maken of ‘gewoon’ en goede kuil aanleggen. In ieder geval is het belangrijk om broei uit de kuil te weren en bemesting op de juiste momenten te gebruiken om gehaltes in het gras op een goed peil te houden. Het juiste moment van inkuilen is voor elke boer anders, werd er duidelijk: in de ochtend, in de avond; het heeft beide zijn voor- en nadelen.
Meer weten over rantsoenefficientie: kijk HIER!
Verwante artikelen:



